🦧 Wie is iedereen?
Over meningen die we allemaal dragen maar bijna niemand heeft
Mijn vriendin vindt dat ik vaker moet zeggen wat ik voel. Niet morgen, niet na het weekend, maar op het moment zelf. Zelf kan ze haar mening maar moeilijk voor zich houden. Haar gedachten rollen vaak naar buiten voordat ze af zijn.
Ik werk anders. Ik weeg. Ik wacht. Ik kijk eerst of het klopt wat ik wil zeggen en of de ander er iets aan heeft. En heel vaak zeg ik het dan maar helemaal niet.
Lang vond ik dat verstandig. Tot ik mezelf de vraag stelde waarom ik eigenlijk zwijg. Is het zorgvuldigheid? Of ben ik stiekem aan het inschatten wat de kamer ervan vindt?
Die vraag werd een stuk ongemakkelijker toen ik het werk van Todd Rose leerde kennen.
De fantoomkudde
Todd Rose is een sociaal wetenschapper van Harvard en leidt de denktank Populace. Zijn onderzoek draait om één fenomeen: de kloof tussen wat mensen privé geloven en wat ze publiekelijk zeggen. Hij noemt het collectieve illusies.
Een collectieve illusie ontstaat wanneer een hele groep iets doet wat bijna niemand in die groep eigenlijk wil, simpelweg omdat iedereen verkeerd inschat wat de rest wil. Niemand liegt bewust. Iedereen conformeert zich aan een meerderheid die niet bestaat.
Een voorbeeld uit zijn eigen onderzoek. Vraag Amerikanen privé wat een succesvol leven is en de overgrote meerderheid antwoordt: zingeving, goede relaties, iets bijdragen. Vraag vervolgens wat zij denken dat anderen onder succes verstaan en het antwoord kantelt volledig: geld, status, roem. Het resultaat is een samenleving die collectief jaagt op een definitie van succes die bijna niemand persoonlijk heeft.
Hoe kan dat?
Ons brein schat groepsconsensus met een shortcut: de luidste stemmen, het vaakst herhaald. En die shortcut wordt op dit moment genadeloos misleid. Op social media produceert ongeveer tien procent van de gebruikers tachtig procent van de content. Wat jij aanziet voor de mening van de groep is in werkelijkheid de echo van een kleine, extreme minderheid. En dit is geen Amerikaans verschijnsel. Het Duitse Allensbach Instituut vraagt al sinds de jaren vijftig of mensen het gevoel hebben dat ze hun politieke mening vrij kunnen uiten. In 2023 zei nog maar veertig procent ja, het laagste punt ooit gemeten. Als de gematigde meerderheid zwijgt en de luide rand publiceert, dan conformeren we ons allemaal aan een fantoom.
De kudde is niet het probleem
Nu kun je zeggen: we zijn nou eenmaal kuddedieren. Klopt. Voor onze voorouders was afwijken van de groep levensgevaarlijk. Ons brein verwerkt sociale uitsluiting in dezelfde regio’s als fysieke pijn. Meebewegen met de kudde is oeroude software die ons heel lang heel goed heeft gediend.
Bovendien drijft onze samenleving op gedeelde verhalen. Geld, bedrijven, landen: allemaal collectieve verzinsels die alleen werken omdat we er samen in geloven. Moeten we die dan ook ontmaskeren?
Nee dat denk ik niet. Een gedeelde fictie werkt omdat we haar samen kennen en samen willen. Iedereen weet dat geld een afspraak is, en iedereen wil die afspraak. Een collectieve illusie werkt precies andersom: bijna niemand wil haar, maar niemand durft dat te zeggen. Een verhaal waar iedereen in gelooft, verbindt. Een verhaal waar niemand in gelooft maar iedereen aan gehoorzaamt, verstikt. Het probleem is de fantoomkudde: gehoorzamen aan een kudde die alleen in onze hoofden bestaat.
De dubbele illusie
In mijn boek Golven van Overvloed schrijf ik over de Franse denker René Girard. Zijn inzicht: onze verlangens zijn niet van onszelf. We lenen ze van anderen. Jouw vriend wil bepaalde sneakers, dus jij wilt ze ook. Girard noemt dat mimesis, en wie het concept eenmaal doorgrondt, ziet het overal: in mode, in carrières, in politieke overtuigingen, zelfs in wie we denken te zijn.
Todd Rose voegt daar een verdieping aan toe. Bij Girard imiteer je tenminste nog een echt mens. Je vriend bestaat, zijn sneakers bestaan. Bij Rose imiteer je een groep die helemaal niet bestaat. Je conformeert je aan een verkeerde inschatting van wat anderen vinden. Het is een dubbele illusie: een geleend verlangen, geleend van een kudde die er niet is.
De socioloog Charles Cooley vatte deze spiegelzaal ruim een eeuw geleden al samen:
Ik ben niet wie ik denk dat ik ben,
ik ben niet wie jij denkt dat ik ben,
ik ben wie ik denk dat jij denkt dat ik ben.
Nee, het is geen woordspelletje :) Het is een precieze beschrijving van hoe identiteit werkt. En het verklaart waarom authentiek zijn zo verdraaid moeilijk is: het zelf dat je probeert te zijn, is gebouwd op inschattingen van inschattingen.
De groenteboer
Hoe ver dit kan gaan, beschreef Václav Havel in 1978 in zijn essay The Power of the Powerless. Hij voert een (fictieve) groenteboer op in het communistische Tsjechoslowakije die elke ochtend een bordje in zijn etalage hangt: arbeiders aller landen, verenigt u. Gelooft hij daarin? Geen seconde. Hij hangt het op omdat iedereen het ophangt en omdat niet ophangen wordt opgemerkt. Het bordje betekent eigenlijk: ik doe niet moeilijk, laat mij met rust.
Maar omdat iedereen het bordje ophangt, denkt iedereen dat iedereen erin gelooft. Zo hield een heel volk decennialang een systeem in stand dat bijna niemand privé wilde. Havel noemde het leven in de leugen. De econoom Timur Kuran gaf het later een wetenschappelijke naam, preference falsification, en liet zien hoe het Oostblok uiteindelijk viel. Niet omdat meningen veranderden. De meningen waren er al die tijd al. Het was de illusie over elkaars meningen die instortte en toen dat eenmaal begon, ging het in weken. Collectieve illusies zijn metastabiel: ze ogen massief als beton, tot ze verdampen als mist.
Daarin schuilt ook de hoop van Havel. De macht van de machtelozen is dat één persoon die stopt met meespelen de illusie zichtbaar maakt voor iedereen. De groenteboer hoeft geen revolutie te beginnen. Hij hoeft alleen het bordje weg te halen.
De exponentiële kanteling
En nu wij. Want alles wat hierboven staat was al waar voordat er ook maar één algoritme bestond. Wat verandert er in een exponentiële wereld?
Eerst de nuance: algoritmes zijn niet slecht. Ze versterken vooral onze eigen negativity bias. Wij klikken op verontwaardiging, dus krijgen we verontwaardiging. De luide tien procent krijgt een megafoon, niet omdat het systeem kwaad wil, maar omdat wij luisteren.
Maar er is een tweede ontwikkeling die me meer zorgen baart. Onderzoekers laten zien dat al een klein aantal bots het waargenomen meerderheidsstandpunt in een groep kan kantelen. Sterker nog: mensen conformeren zich aan een unanieme meerderheid van bots, zelfs als ze weten dat het bots zijn. Onze consensus shortcut maakt geen onderscheid tussen mensen en machines. Hij telt gewoon stemmen.
Er was een compleet regime nodig om miljoenen bordjes opgehangen te krijgen, zoals die van de groenteboer van Havel. Maar anno 2026 genereert één systeem voor ieder van ons een eigen etalage, gevuld met een consensus die nooit heeft bestaan. Een gefabriceerde kudde, persoonlijk op maat. Dat is de exponentiële stap: de collectieve illusie die gebruikt kan worden als wapen.
En toch is dit maar de helft van het verhaal. Dezelfde technologie kan precies de andere kant op. De denktank van Rose gebruikt onderzoekstechnieken die meten wat mensen privé werkelijk vinden, en prikt daarmee illusies door. AI kan eerlijk optellen wat een gemeenschap echt denkt, zonder de vervorming van de luidste stemmen. AI kan sociale leugens breken op dezelfde schaal waarop ze gemaakt worden. AI kan logisch nadenken en goede verklaringen presenteren, zodat wij de beste ethische keuze kunnen maken. Dat blijft mensenwerk.
Wat te doen
Ik heb ook niet alle antwoorden. Ik ben dit zelf aan het ontdekken, maar dit is hoe ik het probeer:
Ken het mechanisme. Besef dat je verlangens geleend zijn en dat de groep van wie je ze leent vaak niet eens bestaat. Wie de dubbele illusie eenmaal kent, ziet haar overal: in wat je koopt, wat je vindt, wat je deelt. Alleen al die bewustheid geeft je een stukje keuzevrijheid terug.
Train je bullshit detector. Vraag bij elke zin die begint met “iedereen vindt” eens rustig: wie is iedereen? Heb ik dit ooit iemand persoonlijk, onder vier ogen, horen zeggen? Vaak is het antwoord nee.
Moed boven conformisme. Dit heb ik mezelf voorgenomen: vaker uitspreken, minder aanpassen. Ik heb geleerd dat de zwijgende meerderheid het stiekem wel vaker met je eens is. In de stilte van anderen lees je geen instemming.
Spreek uit wat je voelt. Dit is wat mijn vriendin me probeert te leren, en eerlijk: ik vind het lastig. Alles eruit gooien zonder te kijken wat de ander eraan heeft, vind ik niet attent. Er zit een balans tussen ruimte nemen en ruimte geven. Bertrand Russell zei het al: het probleem van deze wereld is dat dwazen zo zeker van zichzelf zijn, en wijzen zo vol twijfel.
Maar niets zeggen heeft ook een prijs: wie zijn gevoel minder vaak uitspreekt, raakt de finesse van het vertalen van gevoel naar woorden langzaam kwijt.Dit is mijn persoonlijke worsteling. De kunst die ik me nu probeer aan te leren is hardop twijfelen. “Ik weet het niet zeker, maar dit denk ik” is misschien wel de meest illusie brekende zin die er bestaat. Je hoeft geen gelijk te hebben om iets te mogen zeggen.
Ken jezelf. Uiteindelijk komt het hierop neer, en wie mijn boek heeft gelezen, weet dat daar een heel hoofdstuk aan is gewijd. Je kunt een illusie pas herkennen als je weet welke verlangens van jou zijn en welke geleend. Dat vraagt om stilte, reflectie, meditatie. Niet om een perfect antwoord te vinden, want authenticiteit is geen bestemming. Het is een proces: telkens opnieuw kiezen wat past bij wie je nu bent, met het volle recht om je te vergissen en aan te passen.
Tot slot
Nog één gedachte. In Golven van Overvloed betoog ik dat overvloed de mimetische rivaliteit van Girard kan dempen: als er genoeg is voor iedereen, hoeven we elkaars verlangens niet meer te bevechten. Maar er blijft een spanning die me bezighoudt. Hoe meer ruimte we geven aan authentieke, vrije individuen, hoe meer botsende verlangens. Hoe meer we als een tribe functioneren, als een hive mind, hoe minder er te rivaliseren valt. Moeten we dan kiezen tussen onszelf zijn en het geheel?
Ik denk het niet. Girard leert dat rivaliteit juist oplaait wanneer iedereen hetzelfde wil. En dat is precies wat een collectieve illusie doet: ze laat ons allemaal jagen op dezelfde fantoomdefinitie van succes. Wie werkelijk weet wat hij zelf verlangt, wil zelden exact wat de buurman wil. Een collectief van mensen die hun eigen verlangens kennen en eerlijk uitspreken is misschien wel de enige kudde zonder rivaliteit.
Welke mening draag jij publiekelijk mee terwijl je er privé allang niet meer in gelooft?
Tot de volgende.
Pat


